The Heritage Monitor
menu
Erfgoedvereniging Bond Heemschut is een ruim 100 jaar oude organisatie met zowel leden als vrijwilligers die zich inzetten voor het behoud van erfgoed in Nederland. Bond Heemschut volgt het landelijk beleid rond het erfgoed en is hierin actief als lobbyist. Tevens brengt Heemschut een tijdschrift uit.

Karel Loeff is directeur van de Bond en houdt zich bezig met het invullen van de taken binnen de verschillende provinciale commissies. Hij is eveneens actief als secretaris van Federatie Instandhouding Monumenten (FIM) die bij het rijk de belangen behartigt van particuliere monumentenorganisaties. Loeff is ook bestuurslid van Kunsten ‘92, een organisatie voor kunst, cultuur en erfgoed die zich inzet om erfgoed op te nemen in verkiezingsprogramma’s.

Christian Pfeiffer is sinds juni 2017 beleidsmedewerker bij Bond Heemschut. Hij richt zich op de ondersteuning van vrijwilligers die actief zijn in de provinciale commissies waarin Bond Heemschut is georganiseerd en dankzij regionale en lokale contacten nauw betrokken zijn bij de bescherming van erfgoed.

Waar gebruikt u de Erfgoedmonitor.nl voor?

Loeff: “Ik gebruik de monitor vooral om er kengetallen en data uit te halen. Het is de basis om te achterhalen wat er aan erfgoed is en hoe dit gecategoriseerd of geclassificeerd is. Ook ben ik vaak op zoek naar relevante onderzoeken om te kijken of wij iets kunnen doen met dat onderwerp. Deze onderwerpen wisselen. Zo houden wij ons niet bezig met musea maar vind ik het wel interessant om daar iets over te lezen. Daarom is het zo prettig dat de Erfgoedmonitor erg breed is. Onze doelstelling heeft betrekking op de gebouwde omgeving, cultuurhistorie en landschappen. Als daar iets over verschijnt pikken wij dit op.”
Pfeiffer: “Ik ben mij momenteel aan het inlezen en de Erfgoedmonitor is toch wel één van de platforms waar je als eerste kijkt.”

Wat levert de Erfgoedmonitor u op?

Loeff: “De Erfgoedbalans van 2009 [de Erfgoedbalans is een vierjaarlijks rapport over de stand van zaken van het erfgoed, mede gebaseerd op de cijfers uit de Erfgoedmonitor - red.] was eigenlijk de Bosatlas van wat er was aan cijfermateriaal. Dat vind ik erg belangrijk voor de branche: dat de indicatoren van de monitor publiekelijk te raadplegen zijn zodat we op basis van die cijfers met elkaar kunnen bezien of het erfgoed op een goede manier in stand word gehouden. Dat is wat de Erfgoedmonitor ook doet. Statistiek is sowieso belangrijk voor allerlei verschillende landelijke en wereldwijde branches. Getallen zijn een goed uitgangspunt, want dan weet je waar je het over hebt. In die zin is het onontbeerlijk bij je werk. Als je de data niet hebt, baseer je je alleen op aannames. De Erfgoedmonitor geeft ook leuke inkijkjes in hoe provincies van elkaar verschillen, wat er mist en welke categorieën minder vertegenwoordigd zijn. Dat maakt zo’n digitale atlas interessant. ”
Pfeiffer: “Ik voer momenteel actie voor een ondervertegenwoordigd gebied: landschap en cultuurhistorie. Dan is het fijn dat je bij de Erfgoedbalans de ondersteuning kan vinden dat er over zo’n onderwerp weinig bekend is en het daarom meer aandacht verdient. Dat is een goede bron.”

Waar staat de Erfgoedmonitor volgens u voor?

Loeff: “De Erfgoedmonitor staat voor mij voor betrouwbare data over erfgoed. Het is één van de weinige en meest uitgebreide bronnen. Dat is heel belangrijk en dat maakt denk ik ook dat wij in Nederland voorlopen op veel andere landen die deze data niet hebben of deze niet openbaar tonen. De Erfgoedmonitor staat voor mij ook voor de transparantie van de Nederlandse samenleving en overheid op het gebied van het verstrekken van gegevens.”

Wat is het meest waardevolle aspect van de Erfgoedmonitor?

Loeff: “Wat ik heel leuk vind zijn de statistieken en de kengetallen. Die afbeeldingen kan je bij een presentatie heel snel gebruiken. Die kerngetallen wil je op een goede manier tot je beschikking hebben. Wat ik interessant vind is dat er onderzoeken die heel specifiek zijn aan worden gekoppeld. Bijvoorbeeld het onderzoek ‘Behoud in Situ’, met een steekproef en een spreadsheet. Het is interessant dat je heel veel van die brongegevens achter de indicator kan terug vinden.”
Pfeiffer: “Ik vind de monitor op een leuke manier nerdy.”

Heeft u tips voor andere gebruikers van de Erfgoedmonitor?

Loeff:” Veel kijken en veel gebruiken!”

Zijn er nog wensen?

Loeff: “Een belangrijke tip is wel om de Erfgoedmonitor omhoog te krijgen in de Google Search, zodat je eerder bij de data komt. Dat is nu lastig, je moet echt weten dat de Erfgoedmonitor bestaat. Bij Wikipedia kun je naar de monumentenlijst zoeken, maar dan klopt deze weer niet met de pagina van de RCE en dan ben je de weg even kwijt. Daar zit nu een probleem en een uitdaging voor de Erfgoedmonitor. Als je deze getallen goed in kaart wil brengen is het interessant om beter vindbaar te zijn.”

Pfeiffer: “De vindbaarheid van de Erfgoedmonitor vind ik ook een punt. Voor ik hier in juni aanschoof, wist ik überhaupt niet dat deze bestond. Veel zaken van de RCE zijn via Google niet goed toegankelijk. Je moet echt weten wat je zoekt en weten waar je moet zijn. Dat is zonde want de Erfgoedmonitor is juist een hele fijne tool.”

Loeff: “Van de gemeentelijke monumenten ontbreken nu nog complete data. Dat is niet te wijten aan de RCE, maar het zou fijn zijn als alle gemeenten hun informatie over hun monumenten konden aanleveren. Maar dat heeft te maken met het achterliggende beleid en is momenteel vaak lastig. Ook wat betreft landschap en cultuurhistorie zijn er weinig data. De Erfgoedbalans van 2009 stelt dat er in wezen te weinig indicatoren zijn om de ontwikkelingen te monitoren. Het lastige is dat er vaak geen sprake is van een formeel wettelijke bescherming, maar dat er dan wel iets wordt opgenomen in een lokaal bestemmingsplan. De overgang naar een kloppende database is dan lastig, terwijl je de kwaliteiten van het landschap wel wilt bewaren en monitoren. Zo kan een historische watergang met knotwilgen van cultuurlandschappelijk belang niet geïnventariseerd zijn, behalve als een lijn in het landschap. Als het geen beschermd monument is, is er van alles mee mogelijk en kun je het lastig meten. Dat is iets dat zonder wettelijk kader niet valt op te lossen. De koppen moeten hiervoor op bestuurlijk niveau bij elkaar worden gestoken.Tenslotte zouden wij graag meer data willen zien over gemeentelijk beleid en erfgoed, bijvoorbeeld hoeveel FTE gemeenten hieraan wijden. Vaak hoor je dat er te weinig mankracht is binnen gemeenten om zich bezig te houden met het erfgoedbeleid. Interessant zou dan zijn om te kijken of hier een trend in zit; of er een toename is aan personele inzet of juist een afname, zeker in aanloop naar de Erfgoedwet.”

Zou u de Erfgoedmonitor aanraden aan anderen?

Loeff: “Jazeker, en dat doe ik ook. Sommige mensen willen graag iets weten over de stand van zaken rondom erfgoed. De Erfgoedmonitor kun je dan als goede bron aanraden, met de kanttekening dat er niet op alle vragen een antwoord kan worden gegeven. Het is een dynamische bron, waar hopelijk nog veel gegevens in zullen worden opgeslagen.”