De Erfgoedmonitor
menu

172 resultaten

Pagina's

Erfgoedbeoefening - naar categorie, geslacht en leeftijd

Een deel van de Nederlandse bevolking doet aan een of andere vorm van erfgoedbeoefening, waarbij onderzoek naar een historische persoon of gebeurtenis het meest populair is (20%). Het percentage Nederlanders dat aan een of andere vorm van erfgoedbeoefening doet is in bijna alle categorieën tussen 2012 en 2014 toegenomen.

Staafdiagram van het percentage erfgoedbeoefening per categorie.

Erfgoedbeoefening - naar opleiding en inkomen

Over het algemeen geldt hoe hoger de opleiding hoe vaker aan een vorm van erfgoedbeoefening wordt gedaan. Ook mensen met een inkomen van 1,5 keer modaal en hoger zijn over het algemeen actiever bezig met erfgoedbeoefening dan mensen met een lager inkomen. Inkomens van 1 tot 1,5 keer modaal doen het minste aan erfgoedbeoefening.

Staafdiagram van het percentage erfgoedbeoefening naar opleidingsniveau.

Beschermde stads- en dorpsgezichten – wezenlijke veranderingen naar type

Tussen 2011 en 2015 hebben de meeste veranderingen in beschermde stads- en dorpsgezichten uit de steekproef plaatsgevonden in hun structuur en waren vooral van invloed op de maat, schaal en korrelgrootte (15 keer). Wezenlijke veranderingen in de functie van een gezicht grepen vooral in op de hiërarchie (4 keer). Wezenlijke veranderingen in het beeld van de gezichten waren het vaakst van invloed op stijl en verschijningsvorm (12 keer).

Staafgrafiek die het totaal aantal veranderingen per type beschermd gezicht en per categorie toont in 2015 ten opzichte van 2011.

Erfgoedbezoek - naar categorie, geslacht en leeftijd

59% van de Nederlanders bracht in 2014 een bezoek aan een historische stad, dorp of gebouw, 25% historische festivals of evenementen. Mannen en kinderen in de leeftijdscategorie 6 tot 11 jaar geven het vaakst aan wel eens erfgoed te hebben bezocht in 2014.

Staafdiagram die het percentage Nederlanders toont dat wel eens erfgoed bezoekt en de bezoekfrequentie per jaar in 2014.

Indemniteit - toekenningen

In de periode 2005-2016 zijn gemiddeld 11 indemniteitsaanvragen per jaar gehonoreerd en is gemiddeld 539 miljoen euro per jaar aan indemniteitsgaranties verleend. 33 musea profiteerden in deze periode van deze regeling.

Staafgrafiek met het aantal indemniteitstoekenningen aan musea in totaal per jaar van 2005 tot en met 2016.

Indemniteit - bruiklenen buitenland

Aan Nederlandse musea is in de periode 2005 - 2016 in totaal voor 11.133 buitenlandse bruiklenen indemniteit verleend. Rusland was de grootste bruikleengever (in totaal 3.086 bruiklenen), Duitsland volgt daarna met in totaal 1.567 bruiklenen.

Staafgrafiek met het aantal buitenlandse bruiklenen waarvoor indemniteit is verleend in de jaren 2005-2016.

Indemniteit - tentoonstellingskosten

In 2016 waren de totale begrote kosten van tentoonstellingen waarvoor indemniteit werd verleend bijna € 5,7 miljoen, ongeveer de helft minder dan die in 2015. De gemiddelde begrote kosten daalden van ca. € 1 miljoen in 2015 naar € 569.000 in 2016.

Staafgrafiek met de begrote tentoonstellingskosten van musea in totaal voor de jaren 2005-2016.

Indemniteit - effect van de garantstelling

In de meetperiode 2005-2016 is door toekenning van indemniteitsgarantie een totale reductie op de commerciële verzekeringspremie behaald van € 6 miljoen. Dat is gemiddeld 33% van de oorspronkelijk begrote verzekeringskosten.

Staafgrafiek die de gerealiseerde premiekorting indemniteitsregeling in 2005-2015 toont.

Pagina's