De Erfgoedmonitor
menu

172 resultaten

Pagina's

Onderwijs in de erfgoedzorg - kunstgeschiedenis

In 2015 boden 6 universiteiten in totaal 21 kunsthistorische opleidingen aan. Het aantal afstudeerrichtingen verdubbelde bijna ten opzichte van 2011, maar het aantal beginnende studenten daalde met een kwart. De Universiteit van Amsterdam (UvA) had in 2015 zowel als in 2011 de grootste in- en uitstroom aan studenten kunstgeschiedenis.

Grafiek met het aantal kunsthistorische opleidingen per niveau en per instelling in 2015.

Onderwijs in de erfgoedzorg - post-initieel erfgoedbreed

Er zijn in totaal 29 aanbieders van post-initieel onderwijs aan professionals in de erfgoedzorg in Nederland. Zij bieden samen 112 cursussen aan. 4 instellingen verzorgen bijna de helft van het totale cursusaanbod. De meeste cursussen (39) betreffen het gebouwde erfgoed en/of de zorg voor het erfgoed (99) en hebben een omvang van één dag (70 van de 112).

Cirkeldiagram met in de segmenten de aantallen verschillende aanbieders van post-initieel onderwijs in 2014.

Vriendenverenigingen van musea - aantal lidmaatschappen

Ten opzichte van 2014 is het aantal lidmaatschappen van vriendenverenigingen van musea in 2015 licht gedaald van 101.620 naar 95.484. Vriendenverenigingen in Noord-Holland hadden in 2014 en 2015 de meeste leden (respectievelijk 26.598 en 23.214). Musea in de categorie ‘geschiedenis’ hebben de grootste verenigingen.

Staafgrafiek die het totaal aantal vrienden van musea in Nederland toont in 2014 en 2015.

Wederopbouwgebieden - borging kernkwaliteiten

Per augustus 2016 hadden 10 van de 30 gemeenten de kernkwaliteiten van wederopbouwgebieden verwerkt in het bestemmingsplan en in 22 gemeenten waren de kernkwaliteiten ingebed in het beleid. Kernkwaliteiten van landelijke gebieden zijn het minst ingebed in bestemmingsplannen en het beleid.

Staafdiagram die het aantal wederopbouwgebieden toont waarvan de kernkwaliteiten zijn ingebed in het bestemmingsplan.

Wederopbouwgebieden - wezenlijke veranderingen totaal

In 18 van de 30 aangewezen wederopbouwgebieden heeft tussen 2011 en 2015 één of meer wezenlijke veranderingen plaatsgevonden. De meeste wezenlijke veranderingen vonden plaats in het landelijk gebied. Iets meer dan de helft van de veranderingen vond plaats in bebouwde ruimte.

Staafgrafiek die het aantal wezenlijke veranderingen per type wederopbouwgebied toont in 2015 ten opzichte van 2011.

Wederopbouwgebieden – wezenlijke veranderingen naar type

Tussen 2011 en 2015 zijn de meeste wezenlijke veranderingen van invloed geweest op de structuur van de wederopbouwgebieden, vooral op de verhouding tussen bebouwd en onbebouwd gebied. Veranderingen in de functie van een wederopbouwgebied hebben meestal te doen met functiezonering. Beeldveranderingen grepen relatief vaak in op de verschijningsvorm en zichtrelaties.

Staafgrafiek die het totaal aantal veranderingen per type wederopbouwgebied en per categorie toont in 2015 ten opzichte van 2011.

Pagina's